De Nationale Tuinvogeltelling 2027 vindt plaats van vrijdag 29 tot en met zondag 31 januari. Je doet mee door een half uur vogels in je tuin of op je balkon te tellen en per soort het hoogste aantal dat tegelijk aanwezig is door te geven. Daarmee help je Vogelbescherming Nederland en Sovon meer te begrijpen van vogels rond onze huizen.
Wat is de Nationale Tuinvogeltelling?
De Nationale Tuinvogeltelling is een laagdrempelige telling van vogels in tuinen en op balkons. Vogelbescherming Nederland organiseert de telling samen met Sovon Vogelonderzoek Nederland. Je hoeft geen ervaren vogelaar te zijn: ook een kleine tuin, een bescheiden balkon en een korte lijst met bekende soorten leveren een waarneming op.
De uitkomst laat zien welke vogels tijdens het telmoment van tuinen gebruikmaken. Het is geen telling van alle vogels in Nederland. Een soort kan buiten tuinen veel voorkomen en daardoor toch lager eindigen dan je verwacht. Bovendien is één tuin niet representatief voor een hele wijk. Juist veel waarnemingen samen maken het overzicht interessant.
Je hebt geen speciale uitrusting nodig om te beginnen. Kies een plek met goed zicht en leg iets klaar waarop je kunt noteren. Probeer vóór het telweekend alvast een paar bezoekers te herkennen. Dat maakt het tellen prettiger: je kunt tijdens het halfuur meer aandacht geven aan wat er gebeurt en minder aan zoeken naar namen.
Wanneer is de Tuinvogeltelling in 2027?
De officiële datum is 29 tot en met 31 januari 2027. Vogelbescherming noemt dit weekend al op de pagina van de Nationale Tuinvogeltelling. Je hoeft dus niet zelf een datum af te leiden uit voorgaande jaren. Kies binnen die drie dagen een rustig halfuur waarop je goed kunt kijken.
Zet naast de datum ook een kleine voorbereiding in je agenda. Bijvoorbeeld een week vooraf de soortenlijst bekijken en op de dag zelf papier en pen klaarleggen. Spreek met huisgenoten af wie noteert. Samen kijken is gezellig, maar voorkom dat iedereen dezelfde tuinwaarneming apart instuurt.
De editie van 2026 vond plaats van 30 januari tot en met 1 februari. De datums schuiven dus jaarlijks. Gebruik voor het inzenden in 2027 het formulier en de sluitingstijd die bij die editie worden gepubliceerd; neem een deadline uit een oude aankondiging niet zomaar over.
Meedoen in vijf eenvoudige stappen
- Kies je telplek. Kijk naar je tuin of balkon en bepaal vooraf welk gebied je overziet.
- Tel één halfuur. Gebruik een timer, zodat begin en einde duidelijk zijn.
- Noteer per soort het maximum tegelijk. Tel losse bezoekjes niet bij elkaar op.
- Laat overvliegende vogels weg. Een vogel die alleen over je tuin vliegt, telt niet mee.
- Stuur je telling in. Gebruik de officiële web-app MijnTuinvogeltelling, bereikbaar via de website van Vogelbescherming.
Een voorbeeld: eerst zitten er twee koolmezen bij het voer, later vier en daarna één. Je geeft vier koolmezen door. Je telt dus niet alle bezoeken op tot zeven. Mannetjes en vrouwtjes van dezelfde soort blijven samen één soort in je lijst.
Vogelbescherming licht dit toe bij de officiële telinstructies. De web-app werkt via de browser; een aparte appwinkel is daarvoor niet nodig. Op een balkon maak je vooraf een realistische afspraak over je telgebied, eventueel met buren.
Maak een eenvoudige notitiekaart
Schrijf enkele verwachte soorten onder elkaar en laat ruimte voor onverwachte bezoekers. Zet achter iedere naam één duidelijk maximum. Wil je het overzicht bewaren, streep dan het vorige getal door zodra je een groter groepje ziet. Gebruik geen lange reeks turfstreepjes voor ieder bezoek, want daarmee raak je gemakkelijk het onderscheid tussen bezoeken en aanwezige vogels kwijt.
Verdeel taken als je samen telt: de één kijkt, de ander schrijft. Wissel desgewenst halverwege. Laat kinderen vooral beschrijven wat ze zien, zoals een blauwe kruin of een zwarte borststreep. Zo blijft de activiteit leuk zonder dat iemand alle namen al hoeft te kennen.
De meest getelde vogels van 2026
De meest recente afgeronde editie is die van 2026. Vogelbescherming vermeldt 136.903 deelnemers en 1.898.916 getelde vogels. De koolmees eindigde voor het eerst in 23 jaar boven de huismus; de pimpelmees volgde als derde. Ook de terugkeer van de spreeuw in de top tien viel op.
Onderstaande landelijke aantallen zijn de voorlopige stand van begin februari 2026, zoals die in regionale verslaggeving is gepubliceerd. De definitieve aantallen kunnen iets afwijken; de officiële cijfers staan op de resultatenpagina van Vogelbescherming. Het gaat om getelde vogels, niet om aantallen tuinen waarin de soort voorkwam. De tabel is daarmee een gedateerd overzicht en geen liveweergave van de resultaten.
| Plaats | Soort | Geteld in 2026, voorlopige stand begin februari |
|---|---|---|
| 1 | Koolmees | 273.142 |
| 2 | Huismus | 257.870 |
| 3 | Pimpelmees | 197.544 |
| 4 | Merel | 141.504 |
| 5 | Vink | 123.251 |
| 6 | Kauw | 119.189 |
| 7 | Houtduif | 87.038 |
| 8 | Spreeuw | 85.457 |
| 9 | Ekster | 84.972 |
| 10 | Roodborst | 79.394 |
Gebruik deze lijst als oefenhulp, niet als verwachting voor je eigen tuin. Je hoeft niet alle tien soorten te zien om een goede telling te doen. Een groepje van één soort kan het totaal sterk beïnvloeden, terwijl een andere soort in veel tuinen maar met één exemplaar verschijnt. Aantallen en verspreiding beantwoorden verschillende vragen.
Vergelijk je eigen waarneming liever ook met je eerdere notities. Welke soorten herkende je meteen? Waar had je meer tijd voor nodig? Dat zijn bruikbare aanknopingspunten voor een volgend telmoment. Een lager aantal dan bij de buren is geen rapportcijfer voor jouw tuin en geen reden om de telling weg te laten.
Bereid je tuin rustig voor
Voer met mate en houd de plek schoon
Vogelbescherming staat positief tegenover beperkt bijvoeren, mits dat verantwoord gebeurt. Geef kleine hoeveelheden en houd voer- en waterplaatsen schoon. Leg geen grote voorraad neer die nat wordt en blijft liggen. Gebruik geschikt vogelvoer en vermijd netjes waarin pootjes verstrikt kunnen raken.
Richt de voerplek liever in de weken vooraf in dan vlak voor het tellen alles te verplaatsen. Kies een plek die je goed kunt onderhouden en bekijken zonder steeds de tuin in te lopen. Bij zieke vogels adviseert Vogelbescherming tijdelijk te stoppen met voeren en de voerplek grondig te reinigen.
Water zonder toevoegingen
Zet een ondiepe schaal met schoon water neer en ververs die geregeld. Voeg bij vorst geen zout of suiker toe. Controleer de schaal wanneer je ook het voer bekijkt en verwijder vuil. Een waterplek vraagt net als een voerplek onderhoud; zet hem daarom waar je er gemakkelijk bij kunt.
Maak het jezelf eenvoudig met een vaste routine: eerst kijken of alles schoon is, daarna zo nodig verversen. Gebruik een schaal die stabiel staat en goed te reinigen is. Je hoeft geen uitgebreide installatie te plaatsen om aandacht aan water te besteden.
Laat beschutting en natuurlijke voedselplekken bestaan
Een tuin met groen en beschutting biedt meer dan alleen een voerbak. Laat waar mogelijk bladeren onder struiken liggen en behoud rustige hoeken. Kijk bij toekomstige aanplant naar vogelvriendelijke beplanting, met bijvoorbeeld bessen of dichte takken. Stem de keuze af op ruimte, bodem en onderhoud dat je kunt volhouden.
Je hoeft voor het telweekend geen complete tuinverbouwing te plannen. Begin met één haalbare verbetering en laat vogels rustig hun weg vinden. Kies tijdens het tellen een vaste kijkplek en beperk bewegingen bij het raam. Het doel is kijken naar het gewone tuinbezoek, niet zoveel mogelijk soorten naar binnen lokken voor een hoge score.
- Controleer voer en water in de weken vooraf regelmatig.
- Zorg voor overzicht vanaf je kijkplek.
- Laat bruikbare beschutting zoveel mogelijk staan.
- Leg je soortenlijst en notitieblad klaar.
- Spreek met huisgenoten af wanneer je ongestoord kijkt.
Vogels uit elkaar houden: drie veelvoorkomende twijfels
Huismus of ringmus?
Let bij een ringmus op de roodbruine kruin, de lichte wang met een duidelijke donkere vlek en de lichte halsrand. Het mannetje huismus heeft juist een grijze kruin en grijze wangen en mist die kenmerkende losse wangvlek. Het vrouwtje huismus is veel gelijkmatiger bruin en heeft een lichte wenkbrauwstreep.
Kijk dus niet alleen naar ‘een bruin vogeltje’. Probeer kop en wang even afzonderlijk te bekijken. Noteer bij twijfel de kenmerken voordat je een naam kiest. Een beschrijving als ‘bruine kruin, zwarte stip op witte wang’ helpt bij het terugzoeken veel meer dan alleen het formaat.
Koolmees of pimpelmees?
De koolmees heeft een zwarte kop met grote witte wangen en een zwarte streep over de gele borst en buik. De pimpelmees heeft een blauw petje, een donkere oogstreep en een gele borst. Beide kunnen dus geel laten zien; de koptekening is het handigste beginpunt.
Wacht zo mogelijk tot de vogel even van houding verandert. Als je alleen de rug ziet, mis je juist de kenmerken die het onderscheid gemakkelijk maken. Probeer niet ieder snel bewegend silhouet meteen een naam te geven. Een korte, duidelijke waarneming is bruikbaarder dan haastig raden.
Vrouwtje merel of zanglijster?
Een vrouwtje merel is donkerbruin met een wat lichtere, bruin gestreepte borst. De zanglijster heeft bruine bovendelen en een lichte borst met duidelijke pijlpuntige vlekken. Let dus op de vorm en het contrast van de tekening, niet alleen op de bruine kleur.
Ook lichtval kan je indruk veranderen. Probeer de vogel nogmaals te bekijken wanneer hij niet in diepe schaduw zit. Heb je een foto kunnen maken zonder hem te verstoren, gebruik die dan om kenmerken rustig te vergelijken. Voeg geen extra vogels toe omdat je denkt dat er waarschijnlijk nog meer in de struik zaten.
Wat gebeurt er met de gegevens?
De telling geeft een momentopname op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Samen met eerdere jaren en andere tellingen ontstaat een beeld van veranderingen in het gebruik van tuinen door vogels. Vogelbescherming gebruikt die informatie om te bepalen hoe tuinvogels geholpen kunnen worden.
Een daling in één weekend verklaart op zichzelf nog niet waardoor een soort minder is gezien. Ook een hoge plaats in de top tien betekent niet dat er geen zorgen over die soort bestaan. De betekenis ontstaat door meerdere gegevens naast elkaar te leggen. Dat is precies waarom zorgvuldig noteren belangrijker is dan een lange soortenlijst.
Veelgestelde vragen
Kan ik meedoen vanaf een balkon?
Ja. Dezelfde telduur en regel voor het hoogste aantal tegelijk gelden. Bepaal een realistisch gebied en overleg bij twijfel met buren, zodat jullie niet onbedoeld dezelfde waarneming dubbel insturen.
Tel ik vogels die alleen overvliegen?
Nee. Vogels die alleen boven de tuin voorbijvliegen, tellen niet mee. Richt je op de vogels die van je tuin of balkon gebruikmaken.
Wat als ik helemaal geen vogels zie?
Geef ook een telling zonder vogels door. Die hoort bij het beeld van tuinen tijdens het telweekend. Verleng het halfuur niet totdat er alsnog een vogel verschijnt.
Moet ik iedere vogel herkennen?
Nee. Oefen vooraf met enkele bekende soorten en noteer alleen wat je betrouwbaar kunt benoemen. Beschrijf of fotografeer een twijfelgeval zo mogelijk om het rustig na te kijken, zonder de vogel te verstoren.
Moet ik een aparte app installeren?
De officiële inzending verloopt via een web-app die je in de browser gebruikt. Je kunt de snelkoppeling op je beginscherm zetten. Ga voor het actuele formulier en de inzendperiode via Vogelbescherming naar MijnTuinvogeltelling.